Home | Contact

Archief column 

Kijken met kerst

Toen ik nog aardig klein was, vertelde mijn vader eens een verhaal over een studievriend van zijn broer, een man, die zeker vijftig jaar predikant is geweest. Ik weet zijn naam net meer, maar laten we hem in verband met het verhaal gepast Ds. Opziener noemen.

Een spreker met bijzondere gaven, die volle kerken trok vanwege zijn eigenzinnige, beeldende manier van preken. Een complete preek bestond toen nog uit twee delen, van elkaar gescheiden door een zogenaamde tussenzang. Op een kerstmorgen kondigde hij aan dat hij voor de tussenzang over het hemelgedeelte van het kerstverhaal zou preken en na de zang over het aardse deel. Aldus geschiedde. De gemeente werd dus eerst een half uur getracteerd op wat er in het kerstverhaal allemaal boven de wereld gebeurt, in de hemelse gewesten: dus over de vredige zingende en boodschappende engelen, de sterren, het wereldvreemde, enorme licht. Opziener presteerde het daarbij alleen naar boven te kijken en tegen het plafond zijn boodschap te roepen. Allemaal zo suggestief, dat vele kerkgangers het niet konden beletten met hem de eeuwige kerstwoorden aan het plafond geschreven te wanen.

Na een kerstlied liet Opziener het hoofd zakken en was ineens met de mensen in de kerk bezig de ster te zoeken, de herders en de stal met de kribbe, het kind en de ouders. Om af te ronden met de bezoekende wijzen uit het Oosten. Allemaal overbekend; aards, honderd keer gehoord. De glorie was van het plafond af, wat er over was van het verhaal was een mooi, maar sober verhaal. Kijk, zei Opziener: je moet niet zoveel naar boven kijken met kerst. Van het plafond wordt je niet wijzer.Blijf maar dicht bij de grond. Als er wat gebeuren moet met kerst is dat hier, op de begane grond. Hou het maar heel gewoon, omdat het zo bijzonder is.

Daarom wens ik u ook hele gewone, mooie dingen toe met deze kerst. En wiej hopt ammoal, kan nich schotten wa’j van geleuf bint of himmoal ginnen baand hebt met ’t verhaal zölf, da’j meer oog kriegt veur wat wiej hier op eerde an lecht neudig bint.. Veur oonszölf en veur aandern. Noar ’t plafond kieken leavert niks op.

     

Anne van der Meiden

 
HOME | CONTACT | HTML | CSS | © 2010 Wendelcom |