Home | Contact

De kwetsbare mens


Lezing gehouden in Enschede op 25 februari 2012

Een paar maanden geleden mocht ik een verhaal houden voor een gezelschap van geriaters, verpleegkundigen in verzorgings- en verpleeghuizen, huisartsen en geestelijk verzorgers over een begrip dat op dit moment in die sector van zorgverlening een centrale plaats heeft, namelijk frailty. Dat kun je het best vertalen met broosheid, breekbaarheid of kwetsbaarheid. 

Je kunt dat begrip in algemene zin gebruiken, als een gegeven: alle mensen zijn kwetsbaar, broos en breekbaar, sterfelijk, vergankelijk. Maar je kunt het ook specifiek gebruiken: dan gaat het over mensen die oud worden, alles hebben gehad en langzaamaan alles kwijt beginnen te raken. Hun vitaliteit, hun participatie in het leven, maar ook hun evenwicht, hun zekerheden. Ze worden broos. Dat woord hangt met breken samen. Niet alleen van je botten, maar ook van je verhouding met mensen en maatschappij, met je eigen levensmoed en incasseringsvermogen. Kwetsbaarheid, gauw van slag, gemakkelijk van ’t rit, bang voor alles, bedreigd door alles, bewust van groeiende onmacht. Ook gewoon angst voor wat er aan ziekte en lijden komen kan, voor de dood en voor het Ongewisse daarna. 

Ieder zijn kruis

Die kwetsbaarheid is er altijd wel geweest, maar ze werd toegedekt, beheerst, binnenskamers gehouden of als een treffend lot gedragen. Iets waarvan je wist dat het je overkomen kon. Je moest flink zijn en blijven, moedig voortgaan. Ik herinner me nog uit gesprekken van mijn ouders aan tafel, lang geleden, dat daar bepaalde uitdrukkingen voor bestonden: Hoe is ’t met um? Ach ja, verval van krachten. ’t Kan zich nich mer redden. ’t Is nich vŲl meer. ’t Wordt ammoal wat meender en ’t weark is der of. En, pas op, het werd je niet van mensen aangedaan. Mensen moesten leren hun kruis te dragen, al was het ook bitter waar, wat Lohues in zijn liedje zingt: ‘elk mens krijgt zijn kruis te dragen, die kruisen zijn allemaal even groot, maar de een krijgt er een van piepschuim en de ander een van lood.’ Dat lied zou in de nieuwe bundel voor de kerken moeten worden opgenomen.

U hebt zich de omvangrijke taak gesteld dit voorjaar een reeks bijeenkomsten te organiseren, een veelkleurig programma aan te bieden, om heel diverse aspecten van lijden, sterven en rouw opnieuw te bekijken. Wat is er veranderd? Wat beleven we nu op dit moment aan nieuwe visies en mogelijkheden, aan veranderingen van denken over de dood, de rituelen en de verwerking die in de tijd van onze grootouders niet bestonden. Waarom gaan we er zo anders mee om dan vroeger? Was er toen toch de zwarte doem van de dood, de onvermijdelijkheid waar een mens zich bij neer te leggen heeft? De onmacht van de omstaanders? 

Een mens moet de hand op de mond leggen, stil en gelaten toezien tot het onvermijdelijke ingrijpt. En rouwen volgens de regels, ook al heeft hij of zij de dood al lang verwerkt, al voor de dood zelf. Er wordt immers veel rouw verwerkt voor het definitieve einde komt. Daar kom ik nog even op terug.
Misschien is het leerzaam als u voor uzelf eens probeert te beschrijven in welke opzichten u anders over lijden, sterven en rouwen denkt dan uw grootouders of ouders? En wat denkt u ermee te gewonnen te hebben?

De aard van de veranderingen 

Ik ben gevraagd vooral iets te zeggen over die veranderingen, die we allemaal voelen, ook bij onszelf, maar niet altijd doorgronden kunnen. Ik spreek uit ervaringen met stervenden, met euthanasiepraktijken, met begeleiding van rouwprocessen, met uitvaarten en alles wat daaromheen zit. Ik schreef er een boek over onder de titel ‘In de dood kun je niet wonen’, wat dit jaar een vervolg krijgt in een boek over troost, dat ‘Morgen verder' gaat heten.

In de loop van de tijd heb ik 5 basisveranderingen geconstateerd, ook bij mezelf. En ik besef me dat die niet stilstaan. Nieuwe generaties zullen nieuwe rituelen ontwerpen, nieuwe troostvormen bedenken, en dat gebeurt nu al volop. Maar welke zijn dan die achterliggende veranderingen?

Bedenk daarbij allereerst wel dat er in onze tijd duidelijk sprake is van versnelling van de veranderingen. Die snelle veranderingscultuur in de maatschappij - alles is maar kort relevant en kort nieuw. Een prins onder een lawine wordt geluidloos weggeschoven door de verkiezing van een nieuwe leider van de PvdA. Dat fenomeen nestelt zich natuurlijk ook in alles wat met dood en rouw te maken heeft. Ga maar eens kijken naar exposities van nieuwe begrafenisattributen en volg de nieuwste literatuur op dit gebied maar eens. 
Ik probeer er ook achter te komen of die veranderingen met elkaar in verband staan en elkaar versterken. Ik loop met u langs een aantal veranderingen en schrap maar rustig wat voor u niet geldt.

Vijf groepen veranderingen

1) Ik denk in de eerste plaats aan de groeiende openheid waarmee mensen over de dood en alles daaromheen praten. Zonder twijfel spelen de media daar een belangrijke rol in, maar die zijn eerder versnellend dan initierend. Sommige oude taboes zijn voorgoed verdwenen, zoals de bedompte stilte in sterfhuizen, de doodernstige gezichten, de fluisterende stemmen in de rouwkamer. Alle handelingen rond het afscheid nemen bijvoorbeeld zijn royaal bespreekbaar geworden. Dat heeft ook opgeleverd dat de participatie in de rituelen veel opener is geworden. En dat ook de creativiteit van voortbestaanden (nabestaanden is een onmogelijke term) vrijmoediger en creatiever en vooral dapperder is geworden. Begraven wordt eigenwijzer, want mensen zoeken een eigen wijze om alles te beleven en dat wordt in brede kring als positief ervaren.

2) Mensen geven veel minder dan vroeger de verzorging van de uitvaart geheel uit handen aan derden. Aan de kerken bijvoorbeeld of aan de uitvaartverzorger. Ze gaan mee tot de laatste drempel. Overal blijkt dat de begeleiding van de stervende, de begrafenis en de nazorg weggehaald worden uit het gezagspatroon van de kerk, die vroeger een sterke hand had in de rituelen en in de beleving van mensen van hemel en hel.
Die twee, hemel en hel, zijn begrippen die de laatste jaren in sterke mate aan erosie onderworpen zijn. Nationale onderzoeken naar die begrippen melden ons al jaren achtereen, dat de oude hel- en hemelbeelden verdwijnen of sterk veranderen van inhoud, waarbij vooral het geloof in een hel als verzamelplaats voor gestrafte mensen heel duidelijk afneemt en zelfs niet meer relevant wordt gevonden. Dat heeft alles te maken met de versterkte bewustzijn dat bijvoorbeeld het hele Oude Testament geen hemel als verblijfplaats van mensen kent en geen hel, alleen een onderwereld, maar daarin wordt niet gestraft, alleen gerust. Daarmee is veel schaduw en doemdenken uit de discussies gehaald. 
Grotere openheid in de informatie over medische problemen heeft gecultiveerde geheimzinnigheid verjaagd. De familie wordt veel opener betrokken bij beslissingen die voor de patiŽnt ingrijpend zijn.

3) Groot is de invloed van de openbare discussies over euthanasie, een voor Europa unieke Nederlandse wettelijk regeling. Er is een groeiend begrip voor de milde sedatiepraktijken, de bespreekbaarheid van de euthanasie is uit de sfeer van totaalverbod en geheimzinnigheid gehaald. Er wordt openlijk gepraat en gepubliceerd over de recent op gang gebrachte discussie over euthanasie voor mensen die niet uitzichtloos lijden, maar hun leven voltooid vinden en een beroep doen op hun vrijheid daarover zelf beslissingen te nemen. Vroeger bepaalden in deze dingen God, Kerk, adat en burgerlijk fatsoen de grenzen van het toelaatbare. Nu eist groeiende mondigheid vrijheden op die in mijn en uw jonge jaren letterlijk ongekend waren. De mens is ook wat dit aangaat meer de maat der dingen geworden.

4) De soberheid van vroeger rond uitvaart en rouwverwerking heeft plaatsgemaakt voor een veel creatiever manier om de plechtigheden in te richten, met medewerking van de familie. Er is plaats voor experimenten, de verbouwingen van crematoria laten tegenwoordig zien hoe de rituelen zich verrassend kunnen vernieuwen. Steeds meer komt de menselijkheid van de overledene, met gebreken en al, in het vizier. Steeds meer treedt de humor binnen in de toespraken, steeds meer verbetert de muziekkeuze. Na Mieke Telkamp weten we nog steeds niet waar onze weg heen zal gaan en zelfs de TOM-TOM kan ons niet helpen, ook al proberen sommige groepen gelovigen dat wel te doen. We praten veel minder over het hiernamaals, meer over het hiernumaals van de overledene. De warmte in de afscheidrituelen is toegenomen. Let ook eens op de groeiende behoefte aan nieuwe begraafplaatsen (in het bos bij die bepaalde boom!). 

In een fraai boekje heeft de vereniging Therebinth onlangs laten zien dat we aan de vooravond staan van nieuwe begraafculturen en ook nieuwe conserveringstechnieken voor mensen die niet begraven en niet verbrand willen worden. Zij noemen dat de toekomst van de funeraire cultuur, waarin ook steeds vaker kunstenaars een rol gaan spelen. Ik sta er niet meer van te kijken dat ik uitgenodigd wordt een uitvaartdienst te verzorgen bij het plaatsen van een urn in een urnenmuur of in een herdenkingsdienst een overledene moet schetsen die op dat moment in AustraliŽ begraven wordt. En we zien de plechtigheid op een scherm.

5) Het treft mij te zien dat veel mensen hun rouwgedrag niet meer aan de conventies aanpassen, zich niet kritiekloos onderwerpen aan het van hen te verwachten gedrag, maar, zoals ik al eerder aanhaalde, zich realiseren dat de rouw soms al lang voor het sterven, bij lange ziekbedden bijvoorbeeld, is ingezet. Het is duidelijk: al die nieuwe mogelijkheden nemen het verdriet niet weg. Het gemis is niet creatief weg te masseren, maar we komen er steeds meer achter dat mensen die jaren aan een ziekbed hebben gestaan van een geliefde, al bewust een rouwverwerking achter de rug hebben en dus aan hun rouwgedrag na het sterven geen nieuw gezicht geven. Ook opvallend is, dat de rouwrituelen zo pluriform en op maat verlopen en steeds minder gericht zijn op de uiterlijke herkenbaarheid (voor anderen).

Toenemende mondigheid

Ik ben geneigd om al die veranderingen vooral aan toenemende mondigheid van de mensen toe te schrijven. Men is beter opgeleid, men leest meer, men kent zichzelf meer vrijheid toe, men wil de eigen wijze laten klinken. De media reiken tal van alternatieven aan. De traditionele omlijstingen verliezen daardoor hun betekenis. Zelf het heft in handen nemen als het om de dood van geliefden gaat, dat is het doel. Ik weet het, allerlei commerciŽle rimram kleeft zich ook aan die vernieuwingen, maar zijn zelf niet wezenlijk, maar slechts uiterlijk nieuw. 

We worden eerlijker in het aangezicht van de dood. We eisen initiatief op in plaats van zwarte gelatenheid. We zuchten niet meer onze de verschrikkelijke mededelingen dat de dood een gevolg is van de zonde. We laten niet meer toe dat de naam van de overledene in misvieringen en rouwdiensten niet genoemd mag worden. Dat bepalen we zelf. We hebben ons bevoegd verklaard mensen die lijden te begeleiden en te helpen bij het sterven en samen naar een laatste plek te brengen en dat zinvol te doen. Tegen het licht in. Ik weet het: we begraven nog veel mensen in de stijl en de denkwereld van het geloof van hun ouders, maar ook dat verandert. Op eigen wijze handelen we zoals het goed dunkt. Dat is ook eigenwijs vaak, maar dat mag. 

Tenslotte: we hadden nooit kunnen vermoeden dat deze opening zou plaatsvinden op de dag na de treurige mededelingen over de gezondheidstoestand van prins Friso. Een bitterder illustratie bij de start van uw programma had u zich niet kunnen bedenken. We bidden om kompassie, medelijden, Maar in onze moedertaal betekent kompassie ook liefdevol geduld. Dat wensen we zijn familie toe.

Ik wens u veel inspiratie toe, om het programma in te vullen zoals u zich dat voor ogen stelt. En dank u voor de aandacht. Ik wol oe dit nog zeggen: ik bin nich bang veur de dood, mer ik heb gin hoast.


HOME | CONTACT | HTML | CSS | © 2010 Wendelcom |